Gezondheid

hondjes6

Gezondheid van de Norwich Terriër

Mocht er onverhoopt iets niet met uw Norwich in orde zijn, waarvan u vindt dat dit in het belang van het ras gedeeld moet worden met verantwoordelijke mensen binnen onze rasvereniging, maak dan gebruik van de database. De rasvereniging verzamelt alle gegevens die met de gezondheid van ons ras te maken heeft. Deze gegevens worden opgeslagen en indien nodig worden er maatregelen genomen om het welzijn van ons ras te verbeteren. Het spreekt voor zich dat met deze gegevens zeer vertrouwelijk wordt omgegaan en zullen alleen worden gebruikt als daar door u toestemming voor wordt gegeven. Deze gegevens kunt u sturen aan: gezondheid@norwichterrierclub.nl

Een van de doelstellingen van de rasvereniging is, om samen met de fokkers van de Norwich Terrier te komen tot een verantwoord fokbeleid. Daarom heeft de rasvereniging een gezondheidscommissie, die de gegevens van de ouderdieren verwerkt nadat er een controle heeft plaatsgevonden. Hieronder een uitleg hoe het e.e.a. in zijn werk gaat.

Alvorens een Norwich voor een dekking wordt ingezet, moet hij of zij op ECVO (European College of Veterinary Ophthalmologists) gecontroleerd zijn. ECVO is een verzamelnaam die alle mogelijke oogziekten die kunnen voorkomen omvat. Een dierenarts, die bevoegd is om deze controle uit te oefenen, moet voor de dekking  geconsulteerd zijn. De dierenarts stuurt zijn bevindingen d.m.v. een officieel document naar de Raad van Beheer (dit is het overkoepelende orgaan binnen de kynologie) en de rasvereniging ontvangt een copy. Hierbij wordt specifiek op Cataract (staar), Distichiasis en op Trichiasis gelet. Bij deze laatste twee kunnen enkele of meerdere ooghaartjes naar binnen groeien, wat een irritatie, en op lange duur een beschadiging aan de ogen kan geven. M.a.w. er mag slechts met ECVO vrije honden worden gefokt.

Op tentoonstellingen hebben de keurmeesters de opdracht om niet alleen op schoonheid te keuren, maar ook het RSI (Ras Specifieke Instructie) formulier in te vullen als zij bij een ras een gezondheidsprobleem zien, van welke aard dan ook.

Verder heeft iedere rasvereniging een VFR ( Verenigings Fok Reglement). In dit reglement is opgenomen hoe men erfelijke ziekten kan voor komen, die heden en of in het verleden bij een ras voorkwamen. Uiteraard heeft de Nederlandse Norwich Terrier Club ook een door de Raad van Beheer en de leden van de rasvereniging VFR.

Om de gezondheid van ons ras verder te monitoren worden er regelmatig gezondheidsenquêtes gehouden, zo hopen onze fokkers voor de toekomst mooie, maar vooral gezonde Norwich Terriers te fokken. Zodra een reu of een teef erfelijk belast is, mag hij of zij niet meer ingezet worden om mee te fokken.

Bent u van plan om een Norwich pup te kopen, dan is een goede vertrouwensband met de fokker zeer wenselijk. Bespreek met de fokker van uw toekomstige pup hoe hij of zij aan alle eisen voor een gezond hondje hebben voldaan. Voor meer gedetailleerde uitleg kunt u altijd onze rasvereniging raadplegen.


Commissaris Gezondheidszaken Cees van Benthem

IMG_7743 de eerste keer bij de dierenarts

 

Tekst: Dierenarts Diana van Houten geplaatst 24-8-2015

Slechte dekresultaten en dode pups door het Canine Herpesvirus?

Bij het fokken met honden is het altijd vervelend als het niet gaat zoals gehoopt. Als een teef niet bevrucht blijkt, dus leeg blijft, als de nesten klein blijven of de pups na de geboorte alsnog sterven, is dat een grote teleurstelling voor elke fokker. Een belangrijke mogelijke oorzaak van deze problemen is de besmetting van de teef met het Canine Herpesvirus (CHV). Hoewel niet zo bekend bij hondeneigenaren blijkt maar liefst 40% van de onderzochte Nederlandse honden ooit met het virus in aanraking geweest te zijn. Vaccinatie van de moederhond tegen CHV lijkt betere bevruchtingsresultaten en minder problemen bij puppy’s op te leveren.

Het Canine Herpesvirus (CHV) is een virus dat wereldwijd voorkomt bij honden. In Nederland blijkt ongeveer 40 procent van de onderzochte honden positief*. In België ligt dit aantal wat hoger op ongeveer 46 procent. Het virus veroorzaakt milde verschijnselen bij volwassen dieren, maar kan dodelijk zijn voor pasgeboren en jonge puppy’s. Een eenmaal besmette hond kan zijn leven lang drager van het virus blijven. In tijden van stress (loopsheid, dekking, geboorte) kan het virus de kop opsteken en ziekteverschijnselen veroorzaken. Daarnaast is het virus nogal eens de oorzaak van vruchtbaarheidsproblemen. Denk daarom bij het niet drachtig worden van een teef, kleine nesten of zwakke pups eens aan de mogelijkheid van besmetting met dit virus.

Symptomen

Puppy’s worden na de geboorte geïnfecteerd door hun besmette moeder. Plotselinge sterfte van de jonge puppy’s, maar ook moeilijk ademen, etterige neusuitvloeiing, schreeuwen of fietsbewegingen, kunnen symptomen zijn van een besmetting met het virus. Bij volwassen honden kunnen blaasjes op de geslachtsorganen of kennelhoestachtige symptomen op een infectie met het herpesvirus wijzen. De ziekte kan echter ook onvruchtbaarheid (‘leeg blijven na een dekking’), kleine nesten of doodgeboren puppy’s veroorzaken. Er bestaat geen effectieve therapie tegen de ziekte. Het virus is niet besmettelijk voor mensen en ook het herpesvirus dat bij mensen voorkomt, levert voor honden geen besmettingsgevaar op.

 Bescherming tegen CHV

CHV wordt zeer gemakkelijk van de ene op de andere hond overgedragen: aan elkaar snuffelen of likken kan al een infectie veroorzaken. Het virus zelf is bijzonder lastig aan te tonen, aangezien het zich kan ‘verstoppen’ in het lichaam van de hond. Bij stressvolle situaties, zoals ziekte, maar ook rond de loopsheid of geboorte kan het virus weer actief worden. Goede hygiëne is onontbeerlijk: het virus is gevoelig voor het gros van de desinfecterende middelen. Drachtige teefjes kunnen het beste vanaf drie weken vóór tot vier weken na de bevalling apart van andere honden gehouden worden. In het geval van een vermoedelijke besmetting van puppy’s met de ziekte kan het raadzaam zijn de temperatuur in het kraamhok zo hoog mogelijk te maken. Het virus gedijt namelijk het beste bij koelere temperaturen. Een verhoging van de temperatuur in het nest kan de kans op overleving van de puppy’s vergroten.

 Het belang van sectie

Het is aan te raden altijd bij dode pups ‐hetzij doodgeboren , hetzij gestorven binnen 30 dagen na de geboorte‐ sectie op deze dieren te laten verrichten. In het geval van het Canine Herpesvirus zal deze aantoonbaar zijn en in het sectieverslag worden vermeld.

 Vaccineren tegen CHV

Pups kunnen ook beschermd worden tegen de acute vorm van het virus door de moederhond preventief te vaccineren. Het vaccineren van de teef zorgt ervoor dat haar pups antistoffen tegen de ziekte via de moedermelk binnen krijgen. Vaccinatie lijkt ook prenatale effecten te hebben: onderzoeken toonden een verhoging van het drachtigheidspercentage** aan bij vroeg gevaccineerde teven ten opzichte van hun niet gevaccineerde soortgenoten. Het vaccin kan worden toegediend aan alle honden: ongeacht of zij vrij, geïnfecteerd, of zelfs drager van het virus zijn. Toediening kan net voor en tijdens de dracht. Uw dierenarts is de aangewezen persoon waar u terecht kunt voor meer informatie.

 

* Prevalence of antibodies against canine herpesvirus I in dogs in the Netherlands. Frans A.M. Rijsewijk, et al. Veterinary Microbiology 65 (1999) 1‐7.

** Niet significant. bron: Protection of puppies against canine herpes virus by vaccination of the dams. H.Poulet, P.M. Guigal, et al. Veterinary Record (2001) 148, 691‐695.

 

‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐

Het gebruik van deze tekst is alleen toegestaan zonder verwijzing naar Merial.

Aanpassingen in deze tekst vallen buiten de verantwoordelijkheid van Merial.